Skip to main content

Herstel-prognose bij OCD

Herstel-prognose bij OCD

Vraag

Ik lees het boek van Henny Visser over de behandeling van OCD. In één van de hoofdstukken staat het volgende:

“In de studie zag men dat de kans op volledig herstel 16% is na een jaar, 25% na vijf jaar en 42% na vijftien jaar. In diezelfde studie werd gevonden dat van degenen die herstelden 7% binnen een jaar terugviel, en 25% binnen vijf jaar. “..” De cijfers laten zien dat het bereikt hebben van vooruitgang een groot goed is en het investeren in het behoud ervan belangrijk.”

Deze prognose lijkt mij ongunstig en zelfs ontmoedigend. Ik zou graag van u willen horen of dit beeld kan worden genuanceerd. Is het werkelijk zo zwart-wit als hier wordt geschetst?

Antwoord

Ton van Balkom, Psychiater
Ik begrijp uit je vraag dat je bent geschrokken van de cijfers van die blijken uit het follow-up onderzoek dat dr Henny Visser in haar boek presenteert. Je vindt dat deze follow-up cijfers tegenvallen en raakt er zelfs ontmoedigd van.
Ik kan me je reactie voorstellen en ben blij dat je me vraagt om een reactie, zodat ik deze gegevens wellicht kan nuanceren. Het gaat om de interpretatie van de terugvalcijfers: is het glas halfleeg of halfvol?
Allereerst is het belangrijk te weten dat we nu een veel beter beeld hebben van het lange termijn beloop van dwangklachten dan vroeger. Dacht men in de jaren ’70 dat OCS (Obsessieve-compulsieve stoornis ofwel dwangstoornis) niet behandelbaar was, in de jaren ’80 en ’90 werd veel onderzoek gedaan naar de behandelbaarheid van OCS en bleek de prognose veel beter dan eerder gedacht. Een tijdlang dacht men zelfs dat terugval bij eenmaal goed herstelde OCS klachten vrijwel niet voorkwam. Ook dit beeld bleek onjuist: de waarheid ligt in het midden. Bij een aantal mensen die herstellen na succesvolle, evidence-based behandeling, ontstaat na verloop van tijd opnieuw symptomen van OCS.
Het is natuurlijk de vraag hoe dit komt en of deze terugval te voorkomen is. Tot nu toe hebben we met wetenschappelijk onderzoek geen goede aanknopingspunten gevonden op basis waarvan we terugval kunnen voorspellen of tegengaan. We weten dus niet welke mensen een grote kans hebben om terug te vallen. Dat betekent dat voorzorgsmaatregelen voor terugval voor iedereen even belangrijk zijn.
Wat houden deze voorzorgsmaatregelen in? Mensen die hersteld zijn van psychische klachten willen vaak niet meer terugdenken aan de nare tijd dat zij deze symptomen hadden. Als deze ontkenning, die na herstel kan ontstaan, te sterk is, monitoren mensen niet goed meer hoe zij zich voelen en of er psychische klachten ontstaan die horen bij het begin van terugval.
In het algemeen kun je zeggen dat mensen die hersteld zijn van OCS ervoor moeten zorgen dat zij hun angsten blijven opzoeken. Ze moeten dus blijven oefenen in situaties waarvoor ze bevreesd waren. Soms ontstaat er opnieuw langzaamaan vermijdingsgedrag. Dat zou iemand idealiter moeten zien te voorkomen. Je kunt het misschien vergelijken met iemand die een zwakke rug heeft en bij de fysiotherapeut is geweest en door oefeningen geen rugpijn meer ervaart. Na deze behandeling kan de rug zwak blijven en moeten regelmatig rugoefeningen gedaan worden om de conditie van de rugspieren optimaal te houden.