Skip to main content

Archieven: Ervaringsverhalen

Met het mes op de keel?

Geschreven door Michiel

Ik ben Michiel, 35 jaar en lijd aan dwanggedachten. In mijn geval zijn het zeer heftige en beangstigende gedachten over agressie en seks. Met deze verschrikkelijke gedachten loop ik al vanaf mijn 25e rond. Ik heb nog nooit iets erg gedaan, behalve mezelf voortdurend gek maken met deze gedachtes. Op een maandag kan ik denken dat ik opeens homoseksueel blijk te zijn, terwijl ik er dinsdag van overtuigd ben dat ik binnenkort in een TBS kliniek wordt opgenomen omdat ik mijn vriendin op gruwelijke wijze heb omgebracht.

Omdat ik na verschillende minder succesvolle vormen van therapie vond dat er nu echt eens iets moest gebeuren aan die rotgedachtes, heb ik besloten om mee te doen aan het programma Levenslang Met Dwang. De therapeuten in dit programma werken met cognitieve gedragstherapie (CGT) en exposure-opdrachten. In mijn geval was dit voornamelijk het opschrijven, ordenen en voorlezen van mijn dwanggedachten. Dat was geen gemakkelijke opdracht. Ik wil immers van die gedachtes af en nu moest ik er extra aandacht aan besteden.

Je schrijft de meest bizarre en gruwelijke gedachten op papier – het waren er tientallen – en je leest deze dan vele malen hardop voor. Het vreemde is dat je tijdens het voorlezen van die gedachten eerst de angst enorm voelt toenemen maar dat deze uiteindelijk gewoon wegebt. En hoe vaker ik dat doe, hoe minder vaak ik word geplaagd door vervelende dwanggedachten.

Ik ren dus niet meer weg voor de gedachten, maar zoek ze juist op en kijk de gedachte recht “in de ogen”.

Naast het voorlezen wilden de therapeuten ook dat ik verschillende opdrachten uitvoerde die mijn angst voor mijn agressieve dwanggedachten tot een ongekend hoog niveau zouden brengen. Hoe doe je dat in hemelsnaam? Nou daar hadden ze iets “leuks” op bedacht.

De eerste opdracht was dat ik een, voor mij afschrikwekkend scherp steakmes moest gaan gebruiken, terwijl mijn therapeut en lotgenoten direct naast me zaten. Pff, het zweet brak me uit, maar uiteindelijk zakte de angst weg. Net als bij het voorlezen van die rotgedachtes. Ik gebruikte dat mes daarna een stuk makkelijker en heb het niet meer weggelegd.

Met het mes op de keel?

Enkele dagen erna stond de grootste uitdaging klaar. Ik mocht Kai, mijn lotgenoot, met een ouderwets barbiermes gaan scheren. Voor mensen zonder dwanggedachten is dit al een moeilijke opdracht, maar voor mij was dit de ultieme test. Ik was gigantisch nerveus op het moment dat we naar de barbier liepen. Kai was nergens bang voor, hij wist op voorhand al dat er niets zou gebeuren. Ik zag onderweg al de meest bloedige en gruwelijke beelden voor me. De angst maakte zich op een ongekende manier meester van mij en het liefste was ik hard weggerend van de therapeuten, Kai en de cameraploeg. Bij de barbier aangekomen was ik haast in een soort trance van angst geraakt: het voelde voor mij alsof niet Kai, maar ikzelf het mes op de keel kreeg gezet door deze verschrikkelijke opdracht.

Kai ging rustig zitten in de stoel en de barbier liet mij zien hoe het scheren moest. Ik heb geen idee of ik toen had opgelet, ik was compleet in angst en zag het nog steeds niet zitten. Toch wist ik dat ik door moest zetten, het kon niet anders. Als ik nú zou wegrennen, zou de angst gewonnen hebben en deze gedachte meer invloed op mijn gesteldheid hebben dan ooit.

Het duiveltje van mijn geest

Na enkele minuten kreeg ik het mes in mijn handen en zeer onhandig en angstig begon ik dan toch maar aan deze belachelijke opdracht. Maar wat er toen eigenlijk gebeurde was heel frappant. Ik was niet bang dat ik Kai zijn keel zou doorsnijden, nee ik was bang dat ik hem per ongeluk, dus niet expres, zou verwonden met het mes en ging dus heel voorzichtig te werk. De dwanggedachte was er wel, maar de realiteit overheerste.Na een minuut scheren, vond ik het wel genoeg en moest ik echt even bijkomen van alle emoties die zich in mijn hoofd hadden afgespeeld. Enkele minuten na de opdracht voelde ik me opgelucht, er was niets gebeurd, ik had Kai niet per ongeluk en zeker niet expres verwond.

Het voelde alsof de extreme dwanggedachte, het duiveltje van mijn geest, een nederlaag had geleden. Je hoorde het duiveltje mokken en hij probeerde nog eens terug te komen maar ik was sterker! En niet doordat ik geprobeerd had het weg te duwen, zoals ik al jaren deed, maar door de uitdaging aan te gaan. Niet makkelijk, zeker niet, maar eindelijk heb ik het gevoel dat ik mijn dwanggedachte te slim af was. Ik ben er zeker nog niet helemaal van af, maar ik ben wel een stuk verder. Dat gun ik iedereen met deze kwellende dwanggedachtes. Als het programma tot gevolg heeft dat ook anderen de uitweg vinden uit de dwangstoornis dan is het niet alleen voor onsgoed geweest.

De ondraaglijke scheefheid van het bestaan

Geschreven door Mandy

Als je jeuk hebt, wil je krabben. Jeuken is een sensatie en die wil je wegnemen met gedrag. Wat nu als je de hele dag jeuk hebt, maar je hebt de juiste zalf nog niet gevonden en weet ook niet waar de jeuk vandaan komt? Aanhoudende jeuk is ondraaglijk. Je kunt dan honderd keer zeggen dat je niet dood gaat van jeuk, maar dan voelt het nog steeds niet goed.

Ik krijg jeuk als er een glas op de ‘verkeerde’ plek staat, als ik een mee-eter zie, als ik een losse haar tegenkom, als een geschreven letter te groot of te klein is, als er iemand scheef op zijn stoel zit, als een boek in de boekenkast niet recht staat, als ik een druppel water ‘verspil’, als de batterij van mijn telefoon uit het stopcontact moet, terwijl hij nog niet 100% is opgeladen etc.

De hele dag heb ik als het ware innerlijke jeuk over allerlei zaken. Ik wil dan gedragsmatig iets doen, ook al helpt het niet. Niets doen en het het-is-niet-goed-gevoel voelen is zo moeilijk.

Doen

Ik weet dat het geen zin heeft om tegen het puntje van mijn neus te duwen. Mijn neus wordt daar niet symmetrischer van, maar als ik dat ‘scheve’ puntje zie, wil ik gewoon iets doen. Ik weet dat ik niet meteen ongezond bent, als ik één dag per jaar geen fruit eet, maar ik verdraag het gevoel niet om ongezond te zijn. Die onrust neem ik weg met een extra portie fruit. Ik weet dat ik geen allesomvattende, prachtige samenvatting hoef te maken om een vak te halen, maar ik verdraag een imperfecte samenvatting gewoon niet. Ik weet dat mijn leven niet verandert door een moedervlek af te knippen. Ik wil gewoon krabben, en hard! Desnoods tot bloedens doe.

Iemand met een eetstoornis wil overgeven, iemand met een leeg gevoel wil zichzelf lichamelijk pijn doen, iemand met een verslaving wil een verdovingsmiddel, iemand die afhankelijk is wil bevestiging krijgen, iemand met sociale angst wil zich terugtrekken etc.

Die personen weten allemaal heel goed wat wel en niet goed voor een mens is, maar sommige gevoelens zijn moeilijk te verdragen. Soms wil je even niet voelen dat je niet goed genoeg denkt te zijn. Op de korte termijn leidt dat niet zelden tot zelfdestructief gedrag.

Gewoon niet doen

De kunst is om onzekerheid en andere nare gevoelens te leren verdragen en niet te krabben, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik ben al lang in therapie en zet me altijd in met alle energie die ik heb.

Veel mensen begrijpen soms niet dat therapie een proces is, tijd kost en helaas ook vaak niet slaagt. Soms lijkt het alsof ze denken dat je niet hard werkt, omdat ze niets zien. Steun en begrip zouden behulpzamer zijn. Daar streef ik voor, als ambassadeur van Fonds Psychische Gezondheid. Het is niet zo gemakkelijk als ‘gewoon niet doen’. Het versterkt alleen maar het gevoel dat ik niet goed bezig ben. Als je meerdere problemen hebt, wordt het ene probleem helaas vaak groter als het andere slinkt.

Zo kan ik me niet afsluiten voor emoties van andere mensen, voor hun tics, voor dierenleed, voor geluiden en dergelijke. Als kind en nog meer als puber had ik al veel irritaties. Alles kwam binnen. Iedere afwijking, hoe klein ook, was een prikkel. Die moest ik gladstrijken of vermijden. Alles beter dan onrust. De prikkels bleven echter komen en perfectie koste alleen maar meer energie. Het niet-goed-gevoel bleef en voldoening bleef uit.

Het ultieme nut

Ik ben nu jaren verder. Soms kan ik niet slapen. Dan pieker ik maar over wat ik niet goed gedaan heb die dag. Dan loop ik gesprekken of mails na en bedenk me hoe ik iets beter had kunnen verwoorden. Ik bedenk wat ik in het huishouden had moeten  doen, maar waar ik niet toe kwam. Ik heb spijt van wat ik gegeten heb. Ik voel me schuldig omdat ik mijn chinchilla’s niet genoeg aandacht heb gegeven etc.

Soms helpt harde muziek om de gedachten even de kop in te drukken. Muziek leidt af en kan ook troosten. Soms komen de gedachten boven de muziek uit. Dan kruip ik, zoals nu, achter de laptop en ga ik schrijven. Als vervelende gedachten alleen in mijn hoofd zitten, lijken ze nog intenser te worden. Het moet er dan uit. Woelen in bed is ook niet fijn. Dan ga ik liever iets ‘nuttigs’ doen. Het ultieme nut voor mij is eigenlijk rust nemen, maar ik weet niet hoe en stiekem is stilte ook mijn grootste angst. Rust is de ultieme trigger voor het-niet-goed-genoeg-en-nutteloos-zijn.

Bezzzuiniging

Er is altijd wel iets waar ik niet tevreden over ben en dat is het probleem. Dat is onverdraaglijker dan een schilderij dat scheef hangt, een supermarktaanbieding missen of een roze onderbroek in combinatie met een zwarte BH. Ik wil er veel aan doen om door de dwang heen te breken en de onrust te verdragen, maar ik wil ook verder kijken dan gedrag en cognitie. Ik wil het krabben kunnen laten, maar ik wil ook een minder jeukend en hypersensitief brein.

Een multidisciplinaire aanpak, die ook op de persoon gericht is, zou fijn zijn. De huidige bezuiniging in de zorg laat dat helaas niet toe. Dat wordt verdragen in het kwadraat. Eén mug kan ik aan, maar tien niet. Ik heb immers maar twee handen om te krabben aan de muggenbulten. Ik wil geen ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ van muggen, maar ZZZZZZZZZZZZZZZZ van slapen. Nu graag!

Reactie Menno Oosterhoff

Mandy beschrijft een categorie obsessies waarbij de onrust meer onbestemd van aard is i.p.v. angstig. In het Engels worden deze obsessies Just Right OCD genoemd. Lees hierover meer in het artikel Just Right OCD Symptomen.

Het is soms zo verrekte lastig…

Geschreven door Marie

“Het is soms zo verrekte lastig”, dit was wat ik gisterenavond in bed dacht. Na mijn dwangritueel, had ik wat meer rust gevonden, alhoewel rust een groot woord is, voor de nog altijd gierende dwanggedachten en angsten door mijn hoofd. Heb ik dit dwangritueel wel “goed” gedaan? Het voelde niet goed.

Afzender: meneertje dwang

Just Right Feelings ook wel genoemd in de medische wereld. Het enige wat ik wist was dat het “not-just-right” voelde. De angst proberen te laten passeren en te slapen. Toen ik uiteindelijk half in slaap viel, werd ik wakker van een geluidje op mijn gsm. Daar móest ik natuurlijk even naar kijken. Klaarwakker, dat was ik. De dwang al direct op de loer, om te kijken waar het me nu weer mee zou kunnen pesten.

Jullie denken nu misschien “waarom zet ze haar gsm dan niet gewoon af op stil”? Daar heeft ook mijn dwang mee te maken, stel je voor dat er iemand me dringend zou moeten bereiken, dat er iets ergs gebeurd is? Dan moet ik toch bereikbaar kunnen zijn. Het geluid van mijn gsm moet voor slapen gaan altijd op 5 streepjes staan. Net voor de helft. Ik hoor nog goed als iemand me wil bereiken en wordt wel wakker van het geluid, maar het staat ook niet té luid zodat ik geen hartaanval zou kunnen krijgen van het schrikken van het luide geluid.

Wat is wat?

Zoals de titel al zegt het is soms zo verrekte lastig, leven met het syndroom van Gilles de la Tourette en OCD. Wat er juist mijn Tourette is en wat mijn OCD, is soms heel moeilijk. Op zich maakt het ook niet zoveel uit wat wat is, maar toch vraag ik het me soms af: bijvoorbeeld ‘s avonds heb ik veel last van dingen die ik zeg te moeten herhalen. Binnensmonds, maar toch met een geluidje erbij. Niemand die het merkt, behalve mijn vriend die dan soms zegt “betrapt”.

Ook schud ik met mijn hoofd, als ik angstig ben, of iets “schemerig” zie en niet “scherp”. Zeker als ik een smsje van mijn ouders of vriend lees. Dan moet ik zorgen dat ik wel alle woorden gelezen heb en voor de zekerheid lees ik het dan nog eens opnieuw en schud ik met mijn hoofd, om alles wel scherp te zien. Klinkt waarschijnlijk heel ingewikkeld maar zo gaat het nu eenmaal in mijn hoofd.

Wispelturige dwang

Mijn hoofd krijgt constant prikkels binnen, die hij moeilijk kan filteren. Doordat mijn hoofd dit moeilijk kan filteren, krijg ik last van tics en dwang. De onrust moet eruit. Wat ik wel veel te horen krijg van OCD therapeuten is dat mijn dwang helemaal anders is dan bij zuivere OCD’ers. Veel chaotischer en wispelturiger. De ene keer heb ik die dwang, de andere keer deze. Wat wel handig is omdat de therapie sneller werkt bij mij, maar ook minder goed omdat mijn dwang heel snel een nieuwe dwang vindt.

Leefbaar

Om positief af te sluiten: ik zou niet zonder mijn Tourette kunnen en misschien ook niet zonder mijn dwang, het is een deel van mijn persoonlijkheid geworden. Al mag de dwang die momenteel op 85 procent draait, wel teruggaan naar 10 procent. Dan is het leefbaar voor allebei. Afgesproken “meneertje dwang”?

Video credit: Marie Deryckere YouTube Kanaal

Elke dag kan de oorlog uitbreken

Geschreven door May

Al een jaartje of 35 heb ik nu last van dwang en angst. Ik MOET het nieuws checken, want ik moet weten of de oorlog al uitgebroken is. Dat kan ieder moment gebeuren. Het Nederlandse nieuws kan ik gewoon lezen, het wereldnieuws niet. Conflicten die het volgens mij in zich hebben om te escaleren, moet ik volgen. En dat volgen, daar kan ik geen rem op zetten.

Piekeren

En zie ik iets in het nieuws waar ik bang voor word, dan schiet de pieker-paniek-knop aan… Ik blijf piekeren over wat er allemaal kan gebeuren en gaat gebeuren en dat maakt me dan weer erg bang. Om geruststelling te zoeken, ga ik dan opnieuw het nieuws checken, maar dat heeft meestal het tegenovergestelde effect.

Checkplek

Tot een paar weken geleden keek ik wel tot twintig keer per dag naar Nos.nl. Ik scande de nieuwskoppen en dan had ik weer heel even rust. Soms maar tien minuten, want ook in tien minuten kan er veel gebeuren. Eerst was Nu.nl mijn vaste checkplek, maar die hebben nu wat minder pageviews; ik heb het idee dat het nieuws op Nos.nl ietsje minder sensatiebelust is.

Krantenkoppen

Toen ik rond de twintig was en net op mezelf woonde, had je alleen de radio en de krant om de hele dag het nieuws te volgen. Ik herinner me nog dat ik in tijden van wereldconflicten iedere ochtend de krantenkoppen moest scannen om te zien of er nog een toekomst was.

Ik woonde in een oud en tochtig bovenhuis. De brievenbus was beneden. Als ik het klepje had gehoord, was de rust voorbij. In mijn pyjama ging ik hartje winter de trap af om bibberend van de kou en de angst de koppen te snellen. Pas als ik die gezien had, had ik even rust. Daarna kroop ik ieder uur bij de radio.

Daarna kwam Teletekst en nu is de smartphone een mixed blessing. Leuk zo’n ding, maar ik heb wel de hele dag het nieuws bij me. Zelfs op vakantie. Ik check altijd van tevoren of ik wel bereik heb in het land waar ik heen ga, want anders heb ik geen vakantie.

Overal

Dwangmatig het nieuws checken is al lastig, nog lastiger is het dat ik overal het nieuws om mijn oren krijg, ook als ik het niet wil zien. Want behalve de koppen op Nos.nl durf ik geen nieuws te kijken. Ik lees geen kranten en kijk geen journaal. Ik ben bang dat er dan veel te veel triggers op me af zullen komen. Want behalve voor het nieuws ben ik ook heel bang voor achtergrondartikelen. Want als daarin iemand zegt dat het ‘weleens helemaal mis zou kunnen gaan’, springen bij mij alle alarmbellen op rood.

En dus probeer ik het nieuws te mijden, behalve als ik het zelf opzoek. Maar bij de kapper en zelfs bij de huisarts en de apotheek staan TV’s waarop voortdurend nieuwskoppen door het beeld schuiven. Op de sportschool staat de hele dag de radio aan. In de trein liggen gratis kranten. Op Schiphol hangen overal beeldschermen met headlines. En als ik even boodschappen ga doen, staat er negen van de tien keer een aardige student kranten uit te delen.

Wijzer

Ik heb in de loop der jaren heel wat therapie gehad en iedere keer ben ik wel weer iets wijzer geworden. Soms sla ik daar wel een beetje in door. Toen ik iemand een paar honderd euro had betaald om alles over mijn vorige leven te weten te komen, besefte ik wel dat ik van dat geld beter leuke dingen had kunnen gaan doen.

Op dit moment ben ik net begonnen bij een psychotherapeut die ik via de Angst, Dwang en Fobie stichting gevonden heb. Wat een verademing. Ze begrijpt me. Samen bepalen we hoe we de dwang te lijf gaan. Nu hebben we afgesproken dat ik tot 7.00 uur geen nieuws kijk en overdag niet vaker dan om de drie uur. Mijn vorderingen houd ik sinds kort bij in mijn blog Leven met dwang en ook dat doet me goed.

Ik zet kleine stapjes. Mijn uiteindelijke doel: ontspannen de zaterdagkrant lezen of het journaal kijken. Of het realistisch is, weet ik niet. Maar ik werk er naartoe.

Hoe een onrustig hoofd een onrustige huid creëerde

Geschreven door Mandy

In 2000 ging ik met vriendinnen naar een beautysalon. Toen werd ik geëpileerd en dat ben ik vervolgens zelf blijven doen. Ik was onzeker over mijn uiterlijk en dacht dat epileren nodig was. Op een gegeven moment was het een ritueel om na school te epileren. Het was mijn manier om de spanning van de schooldag kwijt te kunnen.

Mijn OCD is in die tijd ontstaan. Skin-picking ofwel dermatillomanie (ziekelijk aan je huid pulken) en trichotillomanie (haren uittrekken) komen vaak voor bij mensen met OCD.

Mijn gereedschap

Het bleef niet bij mijn wenkbrauwen. Met mijn “heilige” pincet haal ik nu ook haartjes weg op andere lichaamsdelen, zoals op mijn kuiten. Ingegroeide haartjes vind ik verschrikkelijk. Ik maak de huid dan kapot en “bevrijd” het haartje. De drang om dit te doen, is zó op de voorgrond aanwezig, dat ik me nergens anders meer op kan concentreren.

De schaar is ook een geliefd voorwerp. Ik knip uiteinden van haartjes af die geen kleur hebben, een krul hebben of te lang zijn (hoofdhaar, haar op armen, wimpers en wenkbrauwen). Die haartjes zijn kleine stoorzendertjes en die “moet” ik weghalen. Ik knip verder nagels en eelt. Als kind knipte ik zelfs een moedervlek af, want die vond ik vies en lelijk.

Op mijn bovenarmen heb ik keratosis pilaris: de haartjes komen niet door de hoornlaag, waardoor ze ingroeien en er bultjes ontstaan. Ik krab ze open of schraap er over met een schaar of mes. Soms smeer ik er middeltjes op, maar die helpen niet. Ik kan er niet goed bij en dat vind ik onverdraaglijk. Alsof je jeuk hebt aan je grote teen terwijl je in een vergadering zit die nog twee uur duurt. Ik vind het ook erg dat ik niet bij mijn rug kan. Ik visualiseer regelmatig dat ik mijn handen en hoofd losmaak van mijn lijf en dan ga skin-picken op het normaal onbegaanbare gebied.

Mijn pincet, uitvergrootspiegeltje en nagelschaartje liggen nu in de berging, zodat ik er niet zomaar bij kan. Mijn handen kan ik helaas niet wegleggen, waardoor ik voortdurend aan het friemelen ben. Met mijn nagels druk ik onzuiverheden uit in mijn gezicht, krab ik korstjes open, schraap ik over mijn hoofdhuid en over mijn tong en wangen. Ik bijt en vijl mijn nagels meerdere keren per dag. Ik zie dan storende hoekjes en haakjes of vind een nagel langer dan de nagel aan de andere hand en verdraag die ongelijkheid niet. Ook zie ik mee-eters, ongewenste haren en andere ongenode gasten bij anderen. “Druk ze uit!” zou ik willen schreeuwen.

Waarom?

Al deze handelingen doe ik gedurende de hele dag. Soms plan ik het, maar over het algemeen is het impulsief. Dan sta ik bijvoorbeeld te koken en houd ik spontaan mijn armen boven het vuur, zodat de uiteinden van de haartjes verbranden. Er gaan veel uren in zitten, maar dan doe ik ondertussen vaak wat anders. Ik kan geen spiegel voorbij gaan zonder mijn gezicht te checken en ik duik haast in de spiegel.

Het is een automatisme geworden. Als ik klaar ben, zit mijn huid vol rode plekjes en regelmatig ook onder het bloed. De wondjes in mijn gezicht vallen het meeste op. Onder mijn kleding schuilt echter op veel plekken een beschadigde huid. Ik schaam me erg voor mijn lichaam. Wat zou ik graag van top tot teen een nieuwe gezonde huid willen!

Ik kan het gepulk gewoonweg niet laten. Het is mijn manier om te ontspannen. Het is een soort van trance. Het geeft daarnaast tijdinvulling, waardoor ik iets anders uit kan stellen, bijvoorbeeld het naar bed gaan (want ik kan vast weer niet slapen). Daarnaast haal ik voor mijn gevoel vuil uit mijn lichaam en dat voelt als opluchting. Dat geldt ook voor ongewenste haartjes. Ik houd niet van haar. Mijn spanning en onrust dalen op het moment dat ik aan skin-picking doe.

Stoppen

Ik heb al vaak geprobeerd om te stoppen, maar langer dan een dag houd ik het vaak niet uit. Ik heb scherpe voorwerpen verstopt, andere dingen gedaan om met mijn handen bezig te zijn (borduren, masseren etc.), spiegels weggehaald, positieve briefjes op de spiegel gehangen, een beloningssysteem gemaakt, anderen als stok achter de deur gevraagd en nog meer dingen. Tot nog toe heeft er nog niet veel geholpen, want de drang en de voordelen zijn te groot.

Vaak wordt gedragstherapie toegepast en soms medicatie. Beiden hebben mij helaas niet geholpen. Gedragstherapie gaat over gedrag en verstand en minder over kernproblematiek. Hoe kan je bovendien iets afnemen van iemand, als hij er niets voor in de plaats heeft?

Voorlopig accepteer ik skin-picking als onderdeel van mijn leven, maar ooit komt er een dag dat ik er (grotendeels) vanaf kom en dat ik op een gezonde manier kan ontspannen.

Reactie Menno Oosterhoff

Mandy schreef eerder de gastblog De ondraaglijke scheefheid van het bestaan over Just Right OCD. Op dit moment wordt er gewerkt aan de Engelse documentaire Trichtster over trichotillomanie. Bekijk de trailer en volg de ontwikkelingen op www.trichster.com.

Met vallen en opstaan

Geschreven door Michiel

Nee! Waarom is de OCD niet weg? Ik heb toch zeer intensieve therapie gevolgd? Dan MOET ik er toch vanaf zijn? Zie je wel, mijn gedachtes zijn geen dwang maar echt waar! Ik ben wél een gefrustreerde homo, te bang om uit de kast te komen, wél een psychopathische seriemoordenaar, die alleen maar uit angst zijn verschrikkelijke verlangens niet uitvoert. Ik ben een man die zijn vriendin en zichzelf belazerd. Een belachelijk figuur, het leven niet waard. Een mislukkeling.

Het duiveltje van mijn geest 2.0

Dit waren de afgelopen dagen gedachten waarmee het dwangduiveltje in mijn hoofd me bestookte. Het duiveltje weet heel goed hoe hij mij angstig maakt. Het is perfect in staat om mijn dag te vergallen. Ik ben er vaak niet tegen opgewassen. Als ik niet lekker in mijn vel zit, neemt hij de regie over. Ik wéét wel dat ik me er niks van aan zou moeten trekken, maar ik haat die gedachten en probeer ze weg te drukken. Maar hoe harder ik dat probeer, hoe sterker ze worden.

Van mijn therapeuten heb ik geleerd dat ik mijn dwanggedachten moet opschrijven en hardop voorlezen. “Maar”, roept het duiveltje, “dat heeft geen zin want het zijn helemaal geen dwanggedachten. Deze keer zijn ze echt. Alle therapie voor OCD is onzin geweest. Het zijn geen dwanggedachten, het zijn verlangens!”

Na deze twee volle dagen ben ik er niet langer tegen opgewassen en geef ik me over. Niet dat ik de gedachten ga uitvoeren, maar wel dat ik denk aan zelfmoord. Alleen op die manier kan ik mijn angst de gedachten te zullen uitvoeren stoppen. Geen angst meer om mijn vriendin te belazeren, geen angst meer om andere mensen te vermoorden en geen angst meer om in de goot of in de cel te belanden.

Wanhoop

Met de moed der wanhoop plaats ik een noodoproep op de Facebookpagina Dwang van OCD’ers. Ik geef aan dat ik denk een terugval te hebben en dat ik geen idee heb hoe ik er nu mee om moet gaan. Dat ik weer het sterke gevoel heb, de overtuiging bijna, dat de gedachten deze keer realiteit zijn. Ik hoop op een reactie die mijn zorgen ontkracht, maar ben bang dat ze juist bevestigd zullen worden.

Binnen enkele minuten krijg ik toch het begrip waarop ik hoopte. Het geeft mij even rust, maar 10 minuten later ben ik alsnog aan het googelen op mijn gedachtes. Natuurlijk vind ik juist allemaal dingen die mijn obsessionele angst aanwakkeren. Een man die op zijn 40e pas uit de kast kwam. Een man die door frustratie zijn hele gezin heeft uitgemoord.

Het maakt me wanhopig. Ik zie mezelf al mijn polsen doorsnijden, maar dat wil ik net zo min als al die dwanggedachtes. Gelukkig zijn er nog meer reacties op mijn noodoproep die me een beetje geruststellen. Deze keer duurt het maar liefst een uur! In dat uur kan ik weer een beetje denken en inzien dat al deze gedachten pure onzin zijn, dat het écht dwangmatig is en juist staat voor iets dat ik niet wil en hoe ik niet ben. Doodop val ik in slaap.

Knoop doorgehakt

De volgende ochtend wéér die knoop in mijn maag. De duivel in mijn hoofd is ook uitgerust. De hele riedel begint weer van vooraf aan. Daar gaan we weer. Ik ben gebroken en besluit mijn vriendin dan maar te vertellen over mijn gedachten. Dit is het einde van mijn relatie denk ik. Maar nee, mijn vriendin reageert vol begrip en zegt wat ik ergens wel weet, maar totaal niet meer kan beleven: “Het zijn dwanggedachtes. Je moet je oefeningen doen.”

In tranen vertel ik dat ik weer hulp nodig heb en zij belt mijn therapeut. Ik wil hem niet spreken want ik ben er nog steeds niet van overtuigd dat het dwanggedachten zijn. Afgesproken wordt dat ik de bestaande afspraak met hem vervroeg. We zullen kijken of ik medicatie nodig heb als ondersteuning op mijn Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Dit geeft rust, maar voor hoe lang?

Later op de dag heb ik nog wat afspraken staan en tegen mijn gevoel in besluit ik die niet af te zeggen. Ondanks mijn vermoeidheid doet me dat toch goed. Het leidt me af van de dwanggedachtes. Opeens zie ik het leven weer wat zonniger in. Ik overweeg de afspraak met de therapeut weer af te zeggen, maar besluit dat ik toch hulp nodig heb. Ik weet hoe ik af kan rekenen met deze gedachten, namelijk consequent mijn exposure-oefeningen herhalen en afleiding zoeken. Maar ik ben nog niet sterk genoeg om dit altijd alleen te kunnen. Vaak wel, maar soms niet. Twee stappen vooruit, eentje terug…

Alles moet perfect zijn

Geschreven door Laura

Dwang is dwingend. Iets moet omdat het “gewoon” moet. Steeds meer kom ik er achter dat mijn perfectionisme dwangmatige trekken heeft. Ik heb het dan niet over de positieve eigenschap perfectionistisch zoals hardwerkend zijn, maar over een extreem perfectionisme dat hinder geeft in de gewone dingen.

Het beste, mooiste en nieuwste

Mijn dwang bestaat vooral uit heel veel twijfelen en in alles voor het beste, mooiste en nieuwste willen gaan. Concreet betekent dit dat ik, als ik in een boekenwinkel ben, alle boeken langs ga en diegene kies zonder enkel smetje. Het zorgt er ook weleens voor dat ik meerdere winkels langs ga voor een product, omdat ik de mooiste wil (en de goedkoopste).

Het lastigste van boeken kopen, vind ik dat ik het liefst alles actueel wil hebben. Een boek dat ik vandaag koop, is over een paar jaar niet meer actueel. Dat vind ik lastig te verkroppen.

Voor ik überhaupt iets koop, gaat dat vaak gepaard met een hoop twijfel vooraf. Wil ik wel een wetenschappelijk boek kopen dat niet vrij van kritiek is? Bestaat er eigenlijk wel zo’n boek? Straks is niet alles wat erin staat juist. Ook hierin wil eigenlijk het beste, alles “moet” kloppen. Ik maak het mezelf hierin erg moeilijk.

Doorgeslagen

Naast dat ik obsessief twijfel en in alles voor het beste wil gaan, stel ik mezelf ook hele hoge eisen. Van de week was ik sinds lange tijd flink aan het lezen. Ik genoot ervan, las vier boeken in een week tijd. Nu is het alleen een beetje doorgeslagen. Ik lees zes studieboeken tegelijkertijd over hele verschillende onderwerpen. Ik lees ze niet alleen, ik vind eigenlijk dat ik alles moet onthouden. Ik zit mezelf op te vreten als ik niet alles meteen begrijp. Ik eis van mezelf dat ik repeteer wat ik gelezen heb. Waarvoor eigenlijk? Ik volg geen studie, er zijn geen tentamens. Ik moet het van mezelf. Ik “moet” veel weten. Een onmogelijke eis want ik kan niet op alle terreinen expert zijn.

Tekortschieten

Ik voel me vaak tekortschieten. Wat kan ik nu eigenlijk echt goed? Wie ben ik nu eigenlijk? Ik kan niet aan mijn eigen eisen voldoen en krijg geen helder beeld van wat ik ten diepste echt wil. Mijn dwang hangt dus sterk samen met een perfectionistische persoonlijkheid.

Dat betekent niet dat ik begrijp waarom ik zo obsessief twijfel en waarom ik zulke hoge eisen stel. Ik vind het lastig er grip op te krijgen. Ik wil er wel mee afrekenen, het verziekt mijn leven en maakt dat ik geen stappen durf te zetten in mijn carrière. Soms kan ik boos worden op mezelf, om dit stompzinnige gedrag. Soms kan ik erom lachen en soms negeer ik het maar een beetje.

Afblijven!

Anoniem

Wanneer is het begonnen?

Als 2 of 3 jarige begon het met het lospeuteren van het behang. Het echte skin-picken begon als kind. Ik krabde aan heel mijn lijf maar m.n. op de armen en in het gezicht.

Er was een sterke toename rond mijn puberteit. Ik probeerde de huidbeschadigingen met make-up weg te werken maar dat bleek toch onvoldoende: voor mijn opleiding liep ik stage op basisscholen en maakten de kinderen opmerkingen en vroegen of ik waterpokken had gehad.

Heb je ooit tics gehad of komt dat voor in de familie?

Nee, geen tics. Wel weet ik dat mijn moeder ook skin-pickte, maar minder erg. Zij friemelde verder voortdurend aan haar kleding. Ik zie mijn skin-picking niet als een overnemen van haar gedrag.

Wel herinner ik me nog , dat toen ik een kleuter was mijn broers en zussen al pubers waren en last hadden van acné. Ik vond dat toen ontzettend vies. Misschien dat dat van invloed is geweest op het ontstaan van mijn skin-picking.

Was het skin-picking gedachteloos of meer van het Just Right Feeling type?

Beiden. Het begon altijd met een gevoel van viezigheid die er uit moest, dat het “niet goed” was en ik geen oneffenheden aan mijn huid kon verdragen. Eigenlijk weet je wel dat het krabben het er niet beter van zal maken, eerder erger, en toch ben je van te voren overtuigd dat het zal helpen. Nadat het op deze manier begon, liep het over in een gedachteloos pulken waarbij ik in een soort trance raakte. Dat kon ook gebeuren tijdens bezigheden zoals lezen en het juist een soort prettig, rustgevend gevoel gaf. Als er niets meer aan de huid te krabben was, ging ik over op haren trekken, maar niet de hoofdharen.

Hoe erg hield het je bezig?

Het lukte me altijd nog op het nippertje om op afspraken te komen. Zeker bij verplichtingen zoals school en werk. Maar vermaak, zoals uitgaan, naar het zwembad of de sauna gaan, vermeed ik uit schaamte. Ik droeg ook vaak lange mouwen. Op zijn ergst was het elke dag 1 tot 1,5 uur. Het laatste jaar is dat enorm verminderd.

Hoe ben je ervan afgekomen?

Ik las een artikel waarin iemand beschreef hoe skin-picking haar gezicht had beschadigd. Dat maakte dat ik er echt iets aan wilde doen.

Ik heb me aangemeld bij een polikliniek skin-picking maar daar vonden ze de klachten van Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) teveel op de voorgrond stonden. Toen heb ik daarvoor hulp gezocht. In die behandeling is de skin-picking niet aangepakt. Mijn therapeut was bang, dat succesvolle behandeling daarvan zou kunnen leiden tot opnieuw optreden van zelfbeschadiging (automutilatie), waarvan in het verleden sprake geweest is. Zelf was ik daar minder bang voor. Automutilatie ligt al lang achter me.

Bovendien vind ik automutilatie en skin-picking echt twee verschillende dingen. Ze geven beiden wel een soort verlichting, maar bij skin-picking ontstaat na verloop van tijd irritatie. Je wilt dan wel stoppen, maar dat lukt niet. Soms helpt een prikkel van buiten af, zoals de hond die blaft, als je al een uur in de badkamer staat. Daar is bij automutilatie geen sprake van.

Uiteindelijk kwam ik op het idee om eens te kijken of een schoonheidsspecialist me niet zou kunnen helpen. Ik vond eentje in de buurt, die heel begripvol en behulpzaam was en me al snel geruststelde dat er met mijn huid niets mis was maar “dat ik er van af moest blijven”. Door haar begripvolle en praktische houding, haalde ik hieruit juist een steun.

Ze gaf goede tips om bijvoorbeeld een vettige crème te gebruiken die krabben onprettig maakt. Of juist een spray, waardoor ik niet met mijn handen aan mijn huid hoefde te komen. En wat erg hielp was dat ik meteen kon langskomen, als er ergens iets was. Dus als ik een puistje dacht te zien opkomen, dan keek zij er even naar. Op die manier lukte het uitstellen steeds beter. Ook benoemde zij wat er wél mooi aan mij en mijn huid was.

De meer gedachteloze, trance-achtige vorm van skin-picking ging ik tegen door mezelf steeds te herinneren “afblijven!” waardoor het dan meestal bleef bij maar één wondje openkrabben. Ook hielp het om spiegeltjes en pincetten die normaal gesproken overal in huis lagen, nu alleen nog maar toe te staan in de badkamer.

In mijn omgeving kende ik verder niemand met deze klachten. Ik heb ook erg lang niet geweten dat deze klachten onder obsessief-compulsieve klachten vallen.

Merk je nu nog momenten waarop de drang toeneemt?

Hormonale schommelingen rondom de menstruatie geven veel onrust omdat de huid dan ook onrustig wordt. Dat zijn dus moeilijke dagen. Daarbuiten zijn tijden van stress lastig, omdat de wilskracht om niet te krabben dan afneemt.

Heb of had je last van andere psychische klachten, als je die wil vertellen?

Naast de PTSS heb ik ook last van depressie waarvoor ik antidepressiva gebruik. Als ik deze een dag vergeet, of eens wilde afbouwen, merkte ik acuut een toename van depressieve klachten. Dat doe ik dus ook niet meer.

Als ik zo twijfel, moet dat toch iets betekenen?

Geschreven door Eva

Eindelijk was het zover: mijn stage vol nieuwe avonturen in Antwerpen kon beginnen. Vol gezonde spanning en enthousiasme ging ik als achttienjarige de ervaring aan. Wat de belevenis uit mijn leven zou moeten worden, werd al snel een donkere periode in mijn leven.

Al snel kon ik niet meer genieten van mijn tijd in Antwerpen door de steeds opnieuw terugkerende nare gedachten en twijfels over mijn relatie, iets waar ik voorheen geen last van had gehad. Natuurlijk twijfelt iedere jonge vrouw wel eens aan haar relatie, zeker wanneer je al vanaf je zeventiende serieus met je relatie bezig bent. “Er waren zoveel andere dingen te zien in de wereld” of “Je moet nog helemaal niet vast zitten”, werd er regelmatig om mij heen geroepen. Maar mijn gedachten werden erger en erger totdat ik geen andere uitweg meer zag dan de relatie te beëindigen.

Op dit punt had ik door mijn kwetsbare situatie onbewust een dwangstoornis ontwikkelt. Helaas was ik mij hier niet van bewust, ik wist niet eens wat een dwangstoornis was.

Één van de dingen die ik deed was de hele dag bewijzen zoeken waarom ik mijn vriend nog: leuk vond, van hem hield en of ik wel bij hem moest blijven. Hoe meer bewijzen ik zocht, hoe harder de twijfel terug kwam. Helaas heb ik op dat moment mijn relatie verbroken. Want als je zo erg twijfelt over een relatie, dan moet er wel iets niet goed zitten. Of misschien was ik er nog wel niet aan toe?

Op het moment dat ik steeds somberder werd en meer last kreeg van nare, ongewenste en hardnekkige gedachten nam ik contact op met een psycholoog.

Zij opende mijn ogen en vertelde mij dat ik leed aan een dwangstoornis met sombere klachten. Ze legde me uit dat ik last had van dwanggedachten en dwanghandelingen, net zoals een persoon met smetvrees. Ik had de dwanggedachten gerelateerd aan mijn relatie. Ik voelde een golf van opluchting door mij heengaan: mijn relatie was dus niet het probleem, maar mijn obsessieve twijfel!

Vanaf het moment dat ik terug was in Nederland heb ik eenmaal per week ambulante therapie gevolgd in combinatie met medicatie. Omdat ik te weinig vooruitgang boekte, werden de therapiesessies uitgebreid naar tweemaal per week. Helaas haalde dit ook niets uit en had ik intensievere therapie nodig.

Tot op de dag van vandaag ben ik in dagbehandeling bij VUmc GGZ inGeest. Hier volg ik twee dagen per week intensieve therapie. Ik voel mij ontzettend op mijn plek, het is zo fijn om eindelijk erkenning te vinden binnen een groep. In therapie leer ik om mijn gedachten niet serieus te nemen en ze als treinen te zien. Ik sta op het perron en laat ze rustig voorbij komen.

Gelukkig heeft mijn vriend ontzettend veel geduld met mij en is hij me nooit uit het oog verloren. Ondanks dat ik de relatie heb verbroken, waren we snel weer samen. Ik merkte dat ik niet zonder hem kan en dat ik dit ook zeker niet zou willen. De twijfels kwamen door mijn dwangstoornis.

Photo credit: Joël Oosterhoff

Dwang(matige persoonlijkheids)stoornis

Geschreven door Mandy

Regelmatig krijg ik de vraag wat het verschil is tussen de dwangstoornis of obsessief-compulsieve stoornis (OCS) en de dwangmatige of obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (OCPS). Ik zal dat proberen uit te leggen aan de hand van mijn eigen ervaring.

Kenmerken OCPS

Ik streef zo naar orde en perfectie dat het ten koste gaat van mijn gezondheid. Vanuit een gevoel van onzekerheid, leg ik hoge verwachtingen op aan mezelf. Ik ga dan leven vanuit mijn hoofd. Als ik niet aan mijn eigen gestelde hoge eisen voldoe, heb ik stress en voel ik me rot. Ik heb geen controle over het leven, maar ben toch steeds op zoek naar een gevoel van controle.

Ik wil mijn dagen zo nuttig mogelijk invullen. Daarvoor houd ik allerlei lijstjes bij en plan dagen van a tot z. Ik ben steeds aan het ordenen, bijvoorbeeld in huis over hoe dingen moeten staan. Ik plan altijd te veel, waardoor ik niet af krijg wat ik af wilde krijgen. Het kost veel denkwerk en omdat het energie kost, kan ik minder tijd besteden aan de dingen die er echt toe doen.

Bezigheden zelf duren langer doordat ik dingen perfect wil doen en me verlies in details. Of ik stel uit omdat ik denk dat ik het toch niet goed ga doen. Als ik dingen wel gedaan heb, kan ik ze soms toch niet van mijn lijstje afstrepen omdat ik niet tevreden ben. Ontspanning staat onderaan mijn planning en ik kom er vaak niet aan toe. Prioriteiten stellen, lukt vaak niet in de praktijk.

Een ander kenmerk van OCPS is zo gewetensvol zijn dat het stress kost. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en zeg dan te snel ‘ja’. Er is vaak een gevoel van onrust; ik moet iets doen.

Een ander kenmerk van OCPS is moeite hebben met samenwerken of delegeren, omdat je bang bent dat de ander het niet zo goed doet als jij. Ik zal dat niet snel denken, maar vind het moeilijk dat ik minder controle heb over het werk en ben bang om op de vingers getikt te worden.

Verder pieker ik veel over geld. Ik ben bang dat ik niet de juiste keuze maak bij het uitgeven ervan. Ik ben ook verslaafd aan koopjes. Sommige mensen hebben extreme moeite met het weggooien van spullen, maar ik ben meer een opruimer.

Levenslang?

Als klein meisje was ik al netjes en op de middelbare school was ik erg ijverig. Ik werd niet blij van een hoog punt, maar ik kon een laag punt niet verdragen. Ik ontleende mijn zelfbeeld aan prestaties. Gelukkig hecht ik nu veel waarde aan sociaal contact, maar vroeger ging leren altijd voor. Ook in het weekend stond ik om zeven uur op. Te veel opgaan in studie of werk is voor mensen met OCPS een valkuil.

Door positieve ontwikkelingen staat OCPS minder op de voorgrond bij mij dan een paar jaar geleden. Ik ben flexibeler dan vroeger en mijn zelfvertrouwen is gegroeid. Vroeger zeiden sommige therapeuten dat het “leren leven met” is. Trekken van OCPS zal ik blijven hebben, maar hopelijk kan ik met de juiste hulp zorgen dat ik er minder onder lijd en het mijn functioneren minder belemmert. De kunst is om onzekerheid en imperfectie te leren verdragen.

OCPS versus de dwangstoornis

OCPS en dwang zien er bij iedereen anders uit. De ernst varieert ook. Wat is het verschil tussen OCPS en dwang bij mij?

Veel van mijn dwanghandelingen en -gedachten vloeien voort uit OCPS. Dat geldt vooral voor mijn regels met betrekking tot voeding, het milieu en het voortdurend plannen van alles. Ik mag bijvoorbeeld na half negen ’s avonds niets meer eten. Dat is niet omdat ik dat niet wil, want ik ben dol op eten.

Dwanghandelingen en -gedachten die meer voortvloeien uit drang, dus een onbeheersbaar gevoel om iets te doen, vind ik meer vallen onder de dwangstoornis. Het gaat bij mij dan om controleren, ordenen, smetvrees, koopdrang, symmetriedwang en skin-picking. Ik was mijn handen niet omdat dat moet, maar omdat het vóelt alsof het moet.

Gevoel en verstand, moeten en willen, drang en dwang, haken voortdurend in elkaar. Net zoals psychische problemen en je identiteit verstrengeld kunnen raken in de loop der tijd. Dat risico is nog groter voor de persoonlijkheidsstoornis. Wie ben je en wat heb je?

Bij dwangmatigheid vanuit OCPS is er vaker een kern van waarheid in tegenstelling tot die vanuit de dwangstoornis, waarbij er vaker irreële gedachten zijn. Het is goed om aandacht te hebben aan wat ik eet, maar steeds mijn nagels aan moeten raken is zinloos. Het is echter niet zwart-wit. Voor zowel OCPS als dwang is dat een mooie stelling om boven het bed te hangen.

Wat als ik niet meer wakker word?

Geschreven door Jacomijn

Opeens is die twijfel er. Zit er wat in mijn oksel? Het lijkt wel een knobbeltje. Even de andere kant controleren. Nee, het is niets. Echt niet. Weet je het zeker? Nog even controleren. Ik word overvallen door paniek. Mijn hart gaat sneller kloppen en het zweet breekt me uit. Ik weet het niet zeker! Ik wil nog een keer controleren. Mijn angst neemt toe. Ik heb kanker, straks heb ik kanker, wat als ik kanker heb?Er ontstaat een knoop in mijn buik. Ik doe mijn best om realistische gedachten te denken. Mijn hoofd probeert het te winnen van mijn paniek. Dan word ik afgeleid door de kinderen en het gevoel van paniek zwakt af. Voor even…

Ik heb een dwangstoornis met hypochondrische ondergrond. Ik dwang mijn hele bewuste leven al. Volgens mij was ik een jaar of 11. En daarvoor? Daarvoor was ik bang, heel bang. Ik durfde niet te gaan slapen. Wat als ik ga slapen en ik doodga? Wat als ik niet meer wakker word? Elke avond dook die gedachte op in mijn hoofd. Dus ik lag maar in bed, deed mijn best om niet in slaap te vallen. Als de slaap me overweldigde en ik midden in de nacht weer wakker werd, begon het weer van voor af aan.

Jaren ging het niet meer over mijn dwang maar over mijn angst. Ik was alleen maar bang. Zag die moedervlek er gister ook zo uit? Ben ik nou afgevallen zonder reden? Volgens mij zat dit bultje er gister niet. Dag in dag uit, tot ik niet meer kon en de complete paniek uitbrak. Geruststelling van de mensen om me heen hielp niets meer, alleen de huisarts kon nog helpen. En zelfs dát hielp nog maar een week of twee. Daarna sloeg de twijfel weer toe.

In 2013 kwam ik in het Marina de Wolfcentrum voor dagbehandeling voor mijn dwangklachten. Of was het toch hypochondrie? Dat lag aan de volgorde, hoorde ik daar. Ik kwam erachter dat ik eerst onrust had, twijfel kreeg en vervolgens de angstgedachte voor ziektes. Ik vergeet nooit meer een oefening die ik deed met mijn begeleidster. Ze liet me alles wat ik dacht opschrijven en daarna veegde ze alles uit behalve de eerste en de laatste zin. Dit is wat er stond:

Als ik wakker word dan…

heb ik kanker.

Wat een bizarre ervaring om dit zo te zien staan. Want dat klopte natuurlijk niet. Ik werd gewezen op het surrealistische patroon van mijn eigen gedachten.

Alarmbel

Na vele oefeningen met deze gedachten blijkt mijn angst mijn alarmbel te zijn. Ding dong, je vraagt nu echt teveel van jezelf, je stapelt en gaat kopje onder. Stop met wat je doet en geef jezelf rust. Wacht tot de paniek zakt naar een 7 in plaats van 9 en pak langzaam de dingen weer op. Wat ben ik blij dat ik deze alarmbel ken, hoe onlogisch het in mijn hoofd nog steeds is. Ik heb geaccepteerd dat dit mijn uitingsvorm is en iedere keer als het me overkomt, ga ik de strijd met mijn gedachten aan. Het is niet écht, het is je dwang.

Gelukkig gebeurt het nu niet meer elke dag, iets waar ik hard voor heb geknokt!

Ik moet mijn spieren aanspannen!

Geschreven door Laura

Ik moet dit doen, want anders… Dat is de gedachte die steeds weer de kop opsteekt. Elke uur van de dag ben ik meerdere keren bezig met mijn dwang, met mijn gevecht tegen die dwang. Want dat is wat het is en ook blijft.

Mijn dwang begon toen ik in de pubertijd zat. Een tijd waarin ik veel gepest werd. Ik had weinig controle over de dingen die gebeurden in mijn jeugd. Het enige waar ik wel controle over had, dat was en is mijn eigen lijf.

Die controle werd mijn dwang en die dwang heeft mij heel veel ellende gebracht.

Toen ik vorig jaar in de Marina de Wolf kliniek in Ermelo kwam, kreeg ik daar in het eerste gesprek met mijn behandelaar te horen dat ze nog nooit te maken hadden gehad met mijn vorm van dwang. Een echt goede binnenkomer voor mij was dat niet, want dan ben je dus echt een apart geval. En dat voelde ik me vanaf ongeveer mijn pubertijd al. Ik was anders dan anderen, deed anders dan anderen en dat werd nu dus nog eens duidelijk bevestigd.

Inmiddels weet ik wel dat over mijn vorm van dwang inderdaad niet zoveel bekend is. Juist daarom geef ik er openbaarheid aan.

Mijn vorm van dwang ligt in een vorm van controle, maar ook in het perfectionisme. Ik span mijn spieren dwangmatig aan om ongelukken en ziektes te voorkomen bij mijn dierbaren. Een soort “magisch denken” dus, want natuurlijk kan ik door het aanspannen van mijn spieren er niet voor zorgen dat mijn man geen ongeluk krijgt of mijn kinderen de griep niet zullen krijgen.

Daarnaast focust mijn dwang zich sowieso heel erg op mijn lichaam. Ik wil kunnen bewegen hoe en wanneer ik dat wil. Ik span mijn spieren aan, omdat ik bang ben dat mijn spieren knappen of scheuren als ik dat niet doe. Maar dat is natuurlijk de omgekeerde wereld want met wat ik doe zorg ik júist voor scheurtjes in spieren. Bovendien doe ik mezelf er ook veel pijn mee.

In Ermelo ben ik begonnen met het uitstellen van mijn dwang in oefeningen. Eerst alleen in de kliniek, maar later ook thuis. Want thuis is waar mijn gezin is en waar mijn dwang heel erg aanwezig is. Zo probeerde ik het uitstellen bijvoorbeeld tijdens het voorlezen van mijn kinderen, want dan had ik sowieso al afleiding. Maar wat een crime was dat zeg! Echt een gevecht en wat heb ik er moeite mee gehad om deze oefening te doen. Ik wil namelijk dat mijn kinderen niets weten van mijn dwang en er zo min mogelijk van meekrijgen. Dat bracht dan ook weer extra spanning met zich mee, want het was niet te doen om hun mijn gevecht niet te laten merken.

Maar het is me gelukt en uiteindelijk heb ik het gepresteerd om het aanspannen zelfs een uur te kunnen uitstellen. Ik was zo trots op mezelf! En dat is voor mij echt heel wat. Trots op mezelf zijn, dat is iets wat ik heb moeten leren. Ik vond mezelf echt niets waard en ik kreeg het woord trots nooit over mijn lippen. Maar nu weet ik wel hoe het woord trots te schrijven, en wat ben ik daarmee al gegroeid!

In mijn blogs wil ik graag meer vertellen over mijn vorm van dwang en hoe deze van invloed is op mijn gezinsleven, sociale contacten en werk.

Naast de dwang heb ik ook nog ADD (Alle Dagen Druk), wat er voor zorgt dat ik vaak in mijn eigen wereldje zit. Mijn dwang weet daar precies de openingetjes in te vinden en te gebruiken. Er zullen meer mensen zijn die naast dwang nog ergens last van hebben. Mijn gevoel zegt dat ik door een kijkje in mijn leven te geven, ook die mensen steun in hun gevecht. En dat doe ik maar wat graag…