Skip to main content

Praten helpt, echt!

“Iedereen heeft wel eens rare gedachten.” Toen ik dat voor het eerst las was ik verbaasd. Echt iedereen? Er wordt immers nooit over gesproken. Niemand die zegt “goh vanochtend dacht ik even aan het neersteken van Jan, zag het zo voor me, gek hè?” en er dan samen hartelijk over lachen. Het had mij geholpen als dat wel zo ging, het had me misschien geleerd dat mensen soms gewoon een beetje raar denken en dat het niks gevaarlijks is, maar zo steekt de mens niet in elkaar. Alles wat het daglicht niet kan verdragen, krijgt het daglicht niet te zien en wordt dus doodgezwegen. Prima als je er geen hinder van hebt maar minder fijn als je er wel veel last van hebt en denkt de enige te zijn.

Voor mij was het lezen van het blog Seks met dieren van Menno Oosterhoff dat het fenomeen een naam gaf en de kennis dat er meerderen waren die hier last van hadden.

Later sprak ik met lotgenoten hierover veilig op internet onder een schuilnaam. In het begin voorzichtig en alleen in verleden tijd maar doordat er begripvol werd gereageerd, durfde ik steeds een beetje opener te zijn. Omdat ik best veel twijfels en angsten hierover had, besloot ik de stap te zetten om het erover te hebben met een hulpverlener van me, een psychiatrisch verpleegkundige. Maar door mijn angst en schaamte was ik niet erg duidelijk over hoeveel ik er last van had, dus werd er niet veel aandacht aan besteed en daarna durfde ik het niet weer te noemen dus werd er niet meer over gesproken.

Hierna brak er een periode aan waarin mijn gedachten en angsten erg aanwezig waren, waarschijnlijk door spanningen die andere dingen in me leven me gaven. Ik sprak of typte erover met lotgenoten en had veel geruststelling nodig van hen.

Het beginnen van een behandeling bij een psychologe bood een nieuwe kans om het bespreekbaar te maken, ik twijfelde enorm over of ik dat zou doen omdat ik de angst had opgesloten te worden in een psychiatrisch kliniek. Het voelde als het nemen van een enorm risico. Aangemoedigd door lotgenoten durfde ik de psychologe een email te schrijven waarin in ik uitlegde over mijn gedachten en de angsten die daar aan gekoppeld waren.

Het hielp dat ik er vaker over had geschreven en ook leende ik hier en daar wat woorden van anderen om mezelf goed te kunnen uitdrukken. Daar voegde ik aan toe dat ik dacht dat het intrusies waren en een link naar een website over OCD. Dit deed ik om het risico wat meer uit te sluiten dat ik verkeerd begrepen zou worden.

Het wachten op een antwoord duurde eeuwig, voor mijn gevoel dan. Door alle angst was het wat moeilijk te onthouden dat ze wel meerdere dingen te doen had en dat ze wel zou antwoorden als ze daar tijd voor had. Het antwoord dat ik kreeg was erg vriendelijk en geruststellend. Ze verzekerde me dat mijn angst echt niet terecht was en bood aan er verder over te spreken.

Aan die volgende afspraak ging ook weer aardig wat angst vooraf. Ik was bang dat ze zich had bedacht en me toch voor de zekerheid vast wou zetten of dat ze me toch niet z’n leuk mens meer zou vinden. Op advies benoemde ik mijn angst in een e-mail en kreeg ik wederom de bevestiging dat mijn angst niet nodig was. Bij het gesprek zelf was ik nog wat gespannen dus hadden we het eerst over andere dingen. Na een tijd gaf ik aan dat ik het er wel over wou hebben maar het wat moeilijk vond. Ze begreep het en leidde me door het gesprek. Het werd een emotioneel gesprek voor mij waarbij al mijn twijfels werden besproken. Ik zat op een gegeven moment letterlijk te huilen van angst, verdriet en ook schaamte. Maar het voelde ook zeer goed dat het gewoon besproken kon worden. Er nog eens over praten zal een stuk makkelijker zijn nu, denk ik.

Dus ik zou iedereen aanraden het er over te hebben. Niet met willekeurig iedereen, maar met lotgenoten, een behandelaar of huisarts.

Delen

Wil je zelf je verhaal delen? Stuur deze dan in via info@ocdnet.nl